De illusie van verbinding (II)


Angst leidt tot...

De basisangsten van de mens worden vaak opgedeeld in het volgende viertal die samen twee paradoxen vormen. De eerste angst is de angst voor verlating die lijnrecht tegenover onze tweede angst staat, de angst voor ‘de ander’. Oftewel, ‘de anderen’ boezemen ons angst in maar ook de gedachte dat ‘de anderen’ ons zouden kunnen verlaten is hoogst onplezierig. De tweede paradox is de angst dat alles hetzelfde blijft, hetgeen een diep gevoel van zinloosheid opwekt, tegenover de angst voor verandering (we gaan graag op een verre vakantie om een andere omgeving te ervaren maar doen dat het liefst middels een georganiseerde reis om op die manier controle te houden over de angst voor de andere omgeving).


Angst voor de ander of voor het weggaan van de ander?

De eerste paradox heeft hier echter mijn aandacht: de angst voor de ander versus de angst voor het weggaan van de ander. Hoe ga je hier mee om? Zoals bijna altijd is het antwoord van ons brein: door in een illusie te stappen (uiteraard onbewust). Een mooi voorbeeld hiervan is het roddelen dat veel vrouwen doen. Ik zie ze staan buiten bij de supermarkt en ik hoor ze op bijna samenzweerderige toon tegen elkaar praten. Het heeft zoiets van “wij samen tegen de rest” en “wij weten hoe de wereld in elkaar steekt”. Het ‘wij samen’ geeft een gevoel van ‘wij hebben iets met elkaar’, wij zijn verbonden. Niets is minder waar (volgens mij) want de verbinding is niet echt, het is een illusie, en met groot gemak wordt de voormalige roddel-gesprekspartner in een volgend roddelgesprek (met een andere roddel-gesprekspartner) onderwerp van roddel. Het is een soort symbiose tussen partners-in-crime want de angst voor de ander blijft onder controle (omdat er geen verbinding tot stand komt en de ander ‘op afstand’ gehouden wordt), en het wij-samen-gevoel onderdrukt de angst voor het weggaan van de ander.

Twee mensen die écht verbonden zijn, en hun harten open hebben, kennen geen angst voor de ander. Zij voelen wat er in henzelf en in de ander omgaat en putten daar kracht en zekerheid uit. Natuurlijk zal ook bij hen wel eens angst de kop op steken, maar als zij dat dúrven te voelen en tegelijkertijd hun harten openhouden dan kan het niet ‘misgaan’. Een open hart houdt je in het NU en daar krijgt angst geen voet aan de grond. Angst kan niet overleven in het NU maar alleen in een illusionaire toekomst (die ons brein ons voortovert). De verbinding ontkracht ook de angst voor verlating. De ander gaat weg wanneer de verbinding weg is en niet andersom.


... iets dat er nooit was ...

De andere kant van het verhaal is dat het moed vraagt om te verbinden. Om te verbinden dien je je hart te openen en als kind, toen je van nature een open hart had, heeft dat (vaak) tot veel pijn geleid waardoor je je hart gesloten hebt. Het vergt veel moed om het hart opnieuw te openen. De meeste mensen ontbreekt het simpelweg aan die moed en leven hun leven middels talloze illusionaire schijnverbindingen. Er is bijvoorbeeld een vrouw die ik al vele jaren ken maar waarmee de gesprekken zelden het niveau van het weer, de recessie en nog wat geroddel overstijgen. Ik zeg wat ja-en-amen tegen haar en ik steek daar verder geen enkele moeite meer in. We ontmoeten elkaar, we hebben een oppervlakkig vriendelijk contact, en zij leeft de illusie dat ze verbinding heeft met mij zonder ook maar enig benul te hebben wat verbinding werkelijk inhoudt. Enige jaren geleden is haar vader overleden en zelfs op zijn sterfbed was ook hij niet in staat zich te verbinden met zijn kinderen. Ik was daar toevallig getuige van en tot op de dag van vandaag verbaast het mij nog dat iemand zelfs op zijn sterfbed zich niet verbindt met zijn kinderen. Misschien is rouwen wel het onbewuste verdriet om een verbinding die er nooit was.

Anderzijds ken ik ook een vrouw die heel duidelijk stelling genomen heeft door tegen zichzelf te zeggen “ik leef niet meer vanuit angst”. Dat maakt een universum van verschil. Wanneer zij en ik bij elkaar zijn hebben we volledig verbinding. We voelen allebei heel duidelijk dat er dan geen angst meer is voor de ander, niet voor het komen van de ander en niet voor het gaan van de ander. Tussendoor probeert het ego natuurlijk wel eens wat en een wig te drijven tussen ons, dan is het ego namelijk in zijn element, door angstige gedachten op te wekken maar dat houdt geen stand in een open-hart-situatie. Tussen ons gaat alles gemakkelijk, bijna vanzelf, en (ik weet dat het een cliché is) alles is ‘gewoon’ goed.

Angst zelf is illusionair en verbindingen-met-angst zijn dat ook. Verreweg de meeste verbindingen zijn verbindingen-met-angst (is mijn observatie).