De illusie van brieven uit de toekomst

Ruim vijftien jaar geleden werd mij een boekje aangereikt dat ik volgens de gever “wellicht interessant en ook wel grappig zou vinden”. Ik heb meerdere serieuze pogingen gedaan om het boekje te lezen, maar ik ben toen nooit verder gekomen dan de derde bladzijde. Ik snapte er helemaal niets van en iedere zin moest ik minstens driemaal lezen om de zin überhaupt als een enigszins samenhangend geheel tot mij te kunnen nemen. Het boek heb ik uiteindelijk maar terug gegeven aan de persoon die het mij had aangeboden, want hoe ik ook mijn best deed, ik kon er werkelijk geen chocola van maken. Met de kennis die ik nu heb zou ik het boek van destijds waarschijnlijk betitelen als een spiritueel boek. Een paar jaar geleden heb ik het boek nogmaals te leen gevraagd (van diezelfde persoon), ik heb het vervolgens in één ruk uitgelezen en ik vond het boek helemaal niet grappig maar buitengewoon flauw en voor de hand liggend. Tot op de dag van vandaag verbaast het mij dat ik het boek in kwestie eerder onmogelijk kon lezen.

Waarom vertel ik dit? De afgelopen jaren heb ik vaak gedacht: als ik terug kon reizen in de tijd voor een ontmoeting met mijn jongere zelf, wat zou ik dan tegen de jonge Karel zeggen? Ik ben nu 55 en stel dat ik de Karel van twintig jaar oud zou mogen toespreken, de Karel die nog bezig is met zijn studie, die nog aan zijn werkzame leven moet beginnen en die zijn latere echtgenote nog niet heeft ontmoet. Wat ga ik hem vertellen, wat ga ik de jonge Karel meegeven? Om heel eerlijk te zijn waren de gedachten omtrent dit onderwerp aanvankelijk weinig liefdevol naar mezelf toe. De jonge Karel dacht eigenlijk helemaal niet na over waar hij mee bezig was, hij deed gewoon. Alle dromen en idealen van de jonge Karel zijn uiteindelijk verwaaid in de tijd zonder dat hij er erg in had. Aanvankelijk visualiseerde ik me dat ik de jonge Karel zou toeschreeuwen, dat ik hem door elkaar zou schudden en desnoods zou schoppen, net zo lang totdat hij zou gaan nadenken en voelen en doorkrijgen wat hij aan het doen was. Langzamerhand zijn de gedachten (veel) milder geworden en nu zou ik in deze hypothetische ontmoeting de jonge Karel liefdevol knuffelen en zeggen dat ik van hem houd. Dat is alles. Geen woord over de baan die de jonge Karel gaat kiezen. Een baan, bij een grote multinational, die haaks staat op de passies van de jonge Karel. Geen woord over de echtgenote die de jonge Karel gaat kiezen. Een echtgenote die zo niet past bij het diepste zielewezen van de jonge Karel. Geen woord over de oplichting die hem ten deel gaat vallen en waarbij hij een heel huis kwijt raakt, en ook geen woord over de burn-out die op zijn pad gaat komen. Ik zal alleen maar zeggen dat ik intens van hem houd, en hoe moeilijk zijn leven ook moge worden, ik geloof in zijn kracht.

Dit thema werd van de week weer actueel toen ik op één dag drie personen ontmoette die duidelijk niet datgene aan het doen waren waar ze blij van werden. Hun energie was nagenoeg nul en met moeite konden ze nog op hun benen staan (twee van de drie zeiden dat ook letterlijk, maar helaas hoorden ze zichzelf niet). Zonder er één seconde bij stil te staan waar ze in vredesnaam mee bezig waren, of om überhaupt even rust te nemen, gingen ze alledrie fanatiek verder met waar ze mee bezig waren, terend op hun allerlaatste energierestje. Het idee kwam in mij op om de personen in kwestie een brief uit de toekomst te geven, door mij geschreven, waarin dan de toekomst stond beschreven van deze personen indien ze zouden doorgaan om hun leven te leiden zoals ze nu doen. Dat roept uiteraard vele filosofische vragen op. In de eerste plaats natuurlijk: zouden ze de brief überhaupt kunnen lezen of is de brief voor hen abracadabra net zoals dat bij mij het geval was met het spirituele boek dat ik zelf vijftien jaar geleden onder ogen kreeg? En zijn die brieven uit de toekomst werkelijk brieven uit de toekomst? Want ik denk dan wel te weten welk lot deze mensen wacht, maar wie zegt dat het ook werkelijk zo gaat lopen? En indien de brieven wel waarheidsgetrouw zijn, waarom is die geschetste toekomst dan ongewenst? Ik, bijvoorbeeld, ben absoluut niet blij met het levenspad dat ik heb gelopen om hier te komen, maar ik ben absoluut wel superblij met waar ik nu ben en ik hoe ik nu in het leven sta. Ik zou absoluut niet met wie-dan-ook willen ruilen, niet met een of andere miljairdair of beroemdheid, nee, echt met niemand. Dus al mijn intenties om de jonge Karel middels een soort van Kosmische boodschap te behoeden voor datgene wat voor hem ligt heb ik uiteindelijk allemaal in de prullenbak gedeponeerd. En ook de hiervoor genoemde drie personen gaan geen post uit de toekomst ontvangen (in elk geval niet van mij).

Ik onderschrijf volledig The Prime Directive (De Eerste Richtlijn) die men hanteert in de populaire science fiction serie Star Trek. In alle ontmoetingen die men in die serie heeft met aliens staat telkens weer voorop: bemoei je niet met hun doen en laten. Want vaak lijkt het zo simpel om met behulp van superieure technologie en/of kennis ontzagwekkend lijden te voorkomen, maar diepe wijsheid heeft The Prime Directive voortgebracht die de Star Trek bemanning gebiedt om slechts toeschouwer te blijven bij natuurgeweld, oorlog of ander onheil waar ze getuige van zijn op andere planeten. Andersom geredeneerd: zouden superieure buitenaardse bezoekers ons nu een dienst bewijzen indien ze Wilders, Trump, Haider, Le Pen en al hun soortgenoten ineens van de aardbodem zouden laten verdwijnen? Nee, brieven uit de toekomst zijn illusies (en die leiden daarom tot niets). Maar je zou het natuurlijk ook anders kunnen bekijken of verwoorden: brieven uit de toekomst worden geschreven in het verleden (bijvoorbeeld de geschiedenisboekjes). Oftewel, de brieven uit de toekomst zijn er al, maar we lezen ze niet. Of beter gezegd: we lezen ze niet echt, ze dringen niet door. Net als het boek dat ik ruim vijftien jaar geleden in handen had.