Vectoren, vraagstuk 86

Gegeven is het vectorveld (in Cartesische coördinaten):
Vergelijking
De kromme c is de driehoek met hoekpunten ex, ey en ez, georiënteerd volgens de wijzers van de klok als men c vanuit het punt (1, 1, 1) bekijkt.

Bereken:
Vergelijking
  1. Rechtstreeks.
  2. Met de stelling van Stokes.
Grafiek
Het vectorveld F
  1. Rechtstreeks.

    Tijdens het uitwerken van dit vraagstuk dien ik in mijn achterhoofd (of voorhoofd) te hebben dat:
    Vergelijking
    Dit gezegd hebbende is de eerste stap het opzoeken van een parametrisering van de kromme, de rand van de driehoek. Ik heb een plaatje gemaakt van de situatie:
    Grafiek
    De hoekpunten van de driehoek zijn:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
    Ik splits de kromme c op in drie stukken en ik ga drie richtingsvectoren bepalen:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
    Als steunvectoren neem ik uiteraard de hoekpunten, en de parametriseringen worden dan:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
    Hieruit kan ik x, y en z aflezen en daarmee het vectorveld schrijven als (in drievoud, want de kromme is opgedeeld in drie stukken met aparte parametriseringen):
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vervolgens heb ik drie inwendige producten F ∙ dr uit te rekenen (en dr is iedere keer de richtingsvector van dat deel van de kromme):
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
    En dit brengt ons bij de integraal:
    Vergelijking
  2. Met de stelling van Stokes.

    Ik begin weer met het opzoeken van een parametrisering, en dit keer niet van de kromme maar van het oppervlak dat door de kromme omsloten wordt, oftewel de driehoek D. Als richtingsvectoren neem ik de richtingsvectoren die uit het punt k ‘vertrekken’. Dat zijn r1 en −r3. Dan kan ik D beschrijven als volgt:
    Vergelijking
    Echter, op deze manier beschrijf ik de totale tweedimensionale ruimte waar de punten k, l en m zich in bevinden. Ik zal wat beperking aan moeten brengen:
    Vergelijking
    Dit is beter, maar nu beschrijf ik een parallellogram in plaats van een driehoek. Er moet een afhankelijkheid tussen u en v ingebracht worden:
    Vergelijking
    Dit is het ook niet want nu heb ik de beschrijving van een lijn. De afhankelijkheid tussen u en v moet ik ergens anders zoeken:
    Vergelijking
    Dit is de juiste beschrijving van de driehoek D. Ik schrijf D even iets anders op:
    Vergelijking

    Volgens meneer Stokes geldt de stelling van Stokes:

    Vergelijking

    Ik ga eerst dA bepalen door het uitwendig product te nemen van de beide richtingsvectoren:
    Vergelijking
    Als ik kijk vanuit het punt (1, 1, 1) naar de driehoek D en er vervolgens een kurkentrekker insteek en die rechtsom draai dan krijg ik inderdaad een vector dA die richting de oorsprong wijst (de kurkentrekkerregel). Nu ga ik de rotatie van het vectorveld bepalen. Symbool kennen we als volgt:
    Vergelijking
    Dan wordt het uitwendig product Symbool × F:
    Vergelijking
    Uit de parametrisering van D kan ik x, y en z aflezen en daarmee de rotatie schrijven als:
    Vergelijking
    Vervolgens bereken ik het inwendig product van de rotatie met dA:
    Vergelijking
    Zo kom ik tenslotte bij de integraal:
    Vergelijking