Het vermogen van zwaartekrachtgolven

Bereken het vermogen dat twee hemellichamen, die om elkaar heen draaien in een elliptische baan, uitzenden middels zwaartekrachtgolven. Ga ervanuit dat het zwaartekrachtveld zwak is en dat de snelheden niet-relativistisch zijn (v Symbool c).
Zoals een speedboot golven veroorzaakt in het water, zie het plaatje hieronder, zo is het ook met objecten die zich bewegen door de ruimtetijd, zij veroorzaken golven in de ruimtetijd.
Speedboot
Een speedboot veroorzaakt golven in het water
Omdat de ruimtetijd een ‘starre constructie’ is zijn golven in de ruimtetijd, zwaartekrachtgolven, minimaal. Zelfs een groot object als een planeet genereert zwaartekrachtgolven met een totaal onmeetbare amplitude.
Planeet met golven in de ruimtetijd
Een planeet veroorzaakt golven in de ruimtetijd
Omdat het betreffende object door de ruimtetijd ‘ploegt’ en golven genereert kost dat vermogen. Hoeveel? Dat ga ik op deze pagina uitrekenen voor twee hemellichamen die om elkaar heen draaien in een elliptische baan.

De oorsprong van het assenstelsel plaats ik in (het zwaartepunt van) één der beide hemellichamen, dus één hemellichaam ‘beweegt niet’. Daarnaast is het belangrijk om de notatie duidelijk te maken, zodat daar geen verwarring over kan ontstaan. De afstand tussen (de zwaartepunten van) beide hemellichamen is r, een vector met de volgende componenten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De snelheid is de afgeleide hiervan, respectievelijk als vector, in componenten en radieel (gericht langs r, daarom de index r):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Newton
Newton

De kracht die beide hemellichamen op elkaar uitoefenen is uiteraard gericht langs r, en uit de eerste wet van Newton volgt dat geldt voor de versnelling:

Vergelijking
Omdat m een scalaire grootheid is, een getal, volgt hieruit dat de versnelling ook gericht is langs r.

De versnelling is de afgeleide van de snelheid, wederom als vector, in componenten en radieel (gericht langs r, daarom de index r):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Voor dit probleem hebben we ook nog de schok [Engels: jerk, vandaar de letter j] nodig, de afgeleide van de versnelling, nogmaals als vector, in componenten en radieel (gericht langs r, daarom de index r):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Omdat het zwaartekrachtveld zwak is én omdat de snelheden niet-relativistisch zijn mag ik Newtonse hemelmechanica gebruiken. Daarom haal ik even wat vergelijkingen op van de pagina hemelmechanica, om te beginnen de totale massa (vergelijking (21a) op die pagina):
Vergelijking
De afstand r (vergelijking (58) op de pagina hemelmechanica):
Vergelijking
De snelheid v (vergelijking (63) op de pagina hemelmechanica):
Vergelijking
De radiële snelheid vr (vergelijking (65) op de pagina hemelmechanica):
Vergelijking
En tot slot de gereduceerde massa (vergelijking (94) op de pagina hemelmechanica):
Vergelijking
Ik gebruik uiteraard de gravitatiewet van Newton:
Vergelijking
Hieruit volgt voor de versnelling:
Vergelijking
Of als vector geschreven (het dakje boven de r betekent dat het een eenheidsvector is):
Vergelijking
Door de versnelling te differentiëren naar de tijd vind ik de schok:
Vergelijking
En om voorbereid te zijn op wat komen gaat ga ik een aantal inwendige producten uitrekenen:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De volgende stap is om het traagheidsmoment uit te rekenen, de wiskundige definitie van het traagheidsmoment is:
Vergelijking
Omdat het hier gaat om twee hemellichamen, die ik voorstel als puntmassa’s, wordt het traagheidsmoment:
Vergelijking
Dit moet ik driemaal differentiëren naar t (de tijd, weldra zal duidelijk worden waarom). De eerste afgeleide is:
Vergelijking
De tweede afgeleide is:
Vergelijking
En de derde afgeleide is:
Vergelijking
Met behulp van de vergelijkingen (2), (4) en (5) wordt dit:
Vergelijking
Vervolgens ga ik kwadrateren:
Vergelijking
Nu ga ik sommeren over de indices:
Vergelijking
Dit gaan we even in stukken hakken, ik begin met de eerste term tussen de haakjes:
Vergelijking
Vervolgens de tweede term:
Vergelijking
En tenslotte de derde term:
Vergelijking
Vervolgens stop ik dit alles in vergelijking (23):
Vergelijking
Het spoor [Engels: trace, de som van de componenten op de hoofddiagonaal] van het traagheidsmoment (in tensorvorm) is:
Vergelijking
Ook dit moet ik driemaal differentiëren naar t. De eerste afgeleide is:
Vergelijking
De tweede afgeleide is:
Vergelijking
En de derde afgeleide is:
Vergelijking
Met behulp van de vergelijkingen (2), (4) en (5) wordt dit:
Vergelijking
Vervolgens ga ik weer kwadrateren:
Vergelijking
Dan kunnen we nu echt beginnen aan het oorspronkelijke probleem. Het vermogen dat de beide hemellichamen uitzenden in de vorm van zwaartekrachtgolven volgt uit de massaquadrupoolvergelijking [Engels: mass quadrupole equation, dat zijn drie woorden, maar in correct Nederlands moet het aan elkaar]:
Vergelijking
Q is de quadrupooltensor en de hoge index T betekent dat het spoor van de tensor niet meegenomen dient te worden [Engels: trace-free of traceless]. In meer detail ziet de massaquadrupoolvergelijking er als volgt uit:
Vergelijking
Al het voorwerk is al verricht, dus ik kan de vergelijkingen (25) en (31) direct invullen:
Vergelijking
Nu ga ik de inwendige producten, de vergelijkingen (15), inzetten om orde te scheppen in deze chaos:
Vergelijking
Kijk, dat ziet er een stuk netter uit. Merk ook op dat de schok er helemaal niet meer in voorkomt. Dan komt nu het moment om baanelementen in te brengen: Met behulp van de vergelijkingen (8), (9) en (12) wordt vergelijking (35):
Vergelijking
Vervolgens ga ik r omschrijven middels vergelijking (7) en krijg ik het vermogen als functie van de hoek θ:
Vergelijking
De eerste term aan de rechterkant bevat alleen maar constanten, en daarom is het wel zinvol om de overige termen even onder te brengen in een aparte functie:
Vergelijking
Grafiek
De grafiek van f (e, θ) voor e = 0 (de rode lijn),
in stappen van 0.001 oplopend tot e = 0.01 (de lichtblauwe lijn)
Grafiek
De grafiek van f (e, θ) voor e = 0 (de rode lijn),
in stappen van 0.01 oplopend tot e = 0.1 (de lichtblauwe lijn)
Grafiek
De grafiek van f (e, θ) voor e = 0 (de rode lijn),
in stappen van 0.1 oplopend tot e = 0.99 (de lichtblauwe lijn)
De grafieken laten duidelijk zien dat:
Grafiek
De grafiek van f (e, θ) voor θ = 0
Grafiek
De grafiek van f (e, θ) voor θ = 0,
logaritmische verticale schaalverdeling
Grafiek
De grafiek van f (e, θ) voor θ = π
Ik kijk nog even naar de passage van het periapsis. Daar is de hoek θ nul en dan wordt het vermogen maximaal:
Vergelijking
De energie die dan in één seconde weggestraald wordt is:
Vergelijking
Einstein
Einstein

Volgens Einstein’s beroemde formule is energie equivalent aan massa:

Vergelijking

Gecombineerd met vergelijking (40) wordt dit:
Vergelijking
Ik raadpleeg de tabel met fysische gegevens:
Gravitatieconstante G 6.67428 ∙ 10−11 m3/(kg s2)
Lichtsnelheid c (exact) 2.99792458 ∙ 108 m/s
Zon
Zon
Massa m 1.9891 ∙ 1030 kg
Aarde
Aarde
Halve lange baanas a 7.60487985 ∙ 1010 m
Excentriciteit van de baan e 0.0167086
Massa m 5.9742 ∙ 1024 kg
Waarna een rekenmachine mij vertelt dat wanneer de Aarde door het perihelium gaat er per seconde 6.4 kJ aan energie uitgestraald wordt en dat de Aarde daardoor per seconde ruim 70 picogram massa verliest.

Tot slot geef ik nog wat vergelijkingen voor het bijzondere geval dat de baan perfect circulair is, dan geldt e = 0 en wordt vergelijking (37):
Vergelijking
Voor de snelheid, vergelijking (8), geldt in dat geval:
Vergelijking
Hiermee wordt vergelijking (43):
Vergelijking
Voor de hoeksnelheid geldt in het algemeen:
Vergelijking
Hiermee wordt vergelijking (45):
Vergelijking
Voor het traagheidsmoment van twee hemellichamen die circulair om elkaar heen draaien geldt (voor de afleiding zie deze pagina):
Vergelijking
Hiermee wordt vergelijking (47):
Vergelijking