Vraagstukken vectoren

1 Miniatuur We beschouwen een tweedimensionale ruimte. Welke meetkundige figuren worden beschreven door:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
  4. Vergelijking
  5. Vergelijking
2 Miniatuur We beschouwen een driedimensionale ruimte. Geef bij de volgende uitdrukkingen aan of ze getallen of vectoren voorstellen, dan wel geen betekenis hebben:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
  4. Vergelijking
  5. Vergelijking
  6. Vergelijking
  7. Vergelijking
  8. Vergelijking
3 Miniatuur Bepaal een vergelijking voor het vlak met parametervoorstelling:
Vergelijking
4 Miniatuur Bepaal een parametervoorstelling van het vlak V gegeven door:
Vergelijking
5 Miniatuur Bepaal afstand en hoek tussen de vectoren v en w waarbij:
  1. Vergelijking
    Vergelijking
  2. Vergelijking
    Vergelijking
6 Miniatuur
  1. Bepaal de oppervlakte van de driehoek met als hoekpunten:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
  2. Bepaal de inhoud van:
    Vergelijking
7 Miniatuur Gevraagd de poolcoördinaten-functie f zodat de grafiek
Vergelijking
een cirkel met straal 1 is.
8 Miniatuur >Gegeven de punten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
V is het vlak door deze drie punten.
  1. Bepaal een parametervoorstelling van V.
  2. Bepaal een vergelijking voor V.
9 Miniatuur
  1. Gegeven de vectoren:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Ga na of de volgende punten op het lijnsegment pq liggen:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
  2. Laat zien dat de volgende punten op één lijn liggen.
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
10 Miniatuur Laat zien dat de volgende vier punten in hetzelfde vlak liggen:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
11 Miniatuur Gegeven de vectoren:
Vergelijking
Vergelijking
Gebruik het inwendig product om te laten zien dat:
Vergelijking
12 Miniatuur Bepaal de projectie ab van a op b en de projectie ba van b op a in de volgende gevallen:
  1. Vergelijking
    Vergelijking
  2. Vergelijking
    Vergelijking
13 Miniatuur Gegeven de vector n:
Vergelijking
En deze twee punten:
Vergelijking
Vergelijking
P1 is het vlak door a en loodrecht op n en P2 is het vlak door het punt b en evenwijdig aan P1.
  1. Bepaal de vergelijking van het vlak P1.
  2. Bereken de (loodrechte) afstand tussen de vlakken P1 en P2.
14 Miniatuur Gegeven de vectoren:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De lijnen k en m hebben respectievelijk parametervoorstellingen:
Vergelijking
Vergelijking
  1. Laat zien dat de twee lijnen elkaar niet snijden.
  2. Bepaal parametervoorstellingen van twee onderling evenwijdige vlakken V en W, zo dat k Symbool V en m Symbool W.
  3. Bereken de (loodrechte) afstand tussen V en W (dat is de kortste afstand tussen k en m).
15 Miniatuur Twee vlakken zijn gegeven door de parametervoorstellingen:
Vergelijking
Vergelijking
  1. Laat zien dat V en W evenwijdig zijn.
  2. Bereken de afstand tussen V en W.
16 Miniatuur Bepaal een parametervoorstelling van de snijlijn van de vlakken met parametervoorstellingen:
Vergelijking
Vergelijking
17 Miniatuur Gegeven het vlak V met parametervoorstelling:
Vergelijking
En de vectoren:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
  1. Bereken een normaalvector op V.
  2. Bereken de loodrechte afstand van V tot de oorsprong.
  3. Bepaal een (andere) parametervoorstelling van V, waarbij de steunvector en de beide richtingsvectoren alle drie onderling loodrecht zijn.
18 Miniatuur Bepaal alle vectoren u die een hoek van π/3 of 2π/3 maken met v door één vergelijking te geven in de componenten van u:
Vergelijking
Vergelijking
19 Miniatuur Gebruik de determinant om een waarde α te bepalen, zodat de drie vectoren (geïnterpreteerd als gerichte lijnstukken)
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
in één vlak liggen.
20 Miniatuur Hoe kan men een punt op een boloppervlak (straal R) weergeven in cilindercoördinaten?
21 Miniatuur Bepaal ∂f/∂x en ∂f/∂y in de volgende gevallen:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
22 Miniatuur Bepaal het raakvlak aan de grafiek van f in het punt A (0, 0, 1). Hierin is f de functie:
Vergelijking
23 Miniatuur Bereken de volgende herhaalde integralen:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
24 Miniatuur Bereken de volgende integraal:
Vergelijking
Doe dit met behulp van poolcoördinaten. Voor G geldt:
Vergelijking
25 Miniatuur Bereken de volgende herhaalde integraal:
Vergelijking
26 Miniatuur Bereken SymboolG (1, 1, 1) als:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
27 Miniatuur De functie f is gegeven door:
Vergelijking
Geef de lineaire benadering van f in:
Vergelijking
28 Miniatuur Bij een lens wordt het verband tussen voorwerpsafstand v en beeldafstand b gegeven door de formule:
Vergelijking
Hierin is f een bij de lens behorende constante (de brandpuntsafstand). Geef een lineaire benadering van de fout ∆f die men bij benadering maakt tengevolge van een meetfout ∆v in de voorwerpsafstand en een meetfout ∆b in de beeldafstand.
29 Miniatuur Verwissel de integratievolgorde:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
30 Miniatuur Bereken de volgende dubbele integraal:
Vergelijking
Hierin is G het gebied dat wordt ingesloten door de kromme y = sin x en het interval [0, π] op de x-as.
31 Miniatuur Bereken de volgende dubbele integraal:
Vergelijking
Hierin is G:
Vergelijking
32 Miniatuur Laat G het begrensde gebied zijn in het eerste kwadrant dat wordt ingesloten door:
Vergelijking
Bereken de volgende dubbele integraal:
Vergelijking
33 Miniatuur Gegeven het scalarveld G(r) = | r | (waarin met r de plaatsvector (x, y, z) is bedoeld). Laat zien dat (voor alle r0):
Vergelijking
34 Miniatuur Gegeven het scalarveld G en het punt a:
Vergelijking
Vergelijking
  1. Bereken:
    Vergelijking
    Als:
    Vergelijking
  2. Wat is vanuit a de richting van de ‘grootste toename’ van G?
  3. In welke richting is:
    Vergelijking
35 Miniatuur Gegeven is het scalarveld:
Vergelijking
Bereken de richtingsafgeleide van G in a in de richting van a naar b, waarbij:
Vergelijking
Vergelijking
36 Miniatuur Bereken de volgende herhaalde integraal:
Vergelijking
37 Miniatuur Bereken:
Vergelijking
Als gegeven is dat:
Vergelijking
Vergelijking
38 Miniatuur Bereken:
Vergelijking
Waarbij:
Vergelijking
39 Miniatuur Bereken de volgende integralen. Maak eerst een schets van G en kies geschikte coördinaten.
  1. Vergelijking
    Waarbij:
    Vergelijking
  2. Vergelijking
    Waarbij:
    Vergelijking
40 Miniatuur G is het gebied dat wordt ingesloten door het omwentelingsoppervlak waarvan de afstand tot de z-as gegeven wordt door:
Vergelijking
  1. Bereken de inhoud van G.
  2. Bereken:
    Vergelijking
  3. Bereken:
    Vergelijking
41 Miniatuur Gegeven G:
Vergelijking
  1. Maak een schets van G.
  2. Teken een lijn door de oorsprong die een hoek θ met de positieve x-as maakt. Druk de afstand tot de oorsprong van het snijpunt van deze lijn met de parabool y2 = 4 − 4x uit in θ.
  3. Bereken de volgende integraal door over te gaan op poolcoördinaten:
    Vergelijking
42 Miniatuur Gegeven D:
Vergelijking
  1. Maak een schets van D.
  2. Schrijf de volgende integraal als herhaalde integraal:
    Vergelijking
43 Miniatuur Bereken het uitwendig product:
Vergelijking
Waarbij:
Vergelijking
Vergelijking
Controleer of inderdaad w loodrecht op a staat en w loodrecht op b staat.
44 Miniatuur Bepaal de oppervlakte van de driehoek met als hoekpunten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
45 Miniatuur Gegeven is het scalarveld G door:
Vergelijking
Gegeven zijn ook de punten:
Vergelijking
Vergelijking
N is het niveau-oppervlak van G door het punt a.
  1. Bepaal de volgende richtingsafgeleide waarbij v de richting van punt a naar punt b is:
    Vergelijking
  2. Bepaal een normaalvector in het punt a op het niveau-oppervlak N.
  3. Bepaal een parametervoorstelling van het raakvlak aan N in het punt a.
46 Miniatuur Teken de volgende krommen en beschrijf deze krommen meetkundig:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
47 Miniatuur Gegeven de continu differentieerbare functie f. Zij K de grafiek van f.
  1. Ga na dat dit een parametrisering van K is:
    Vergelijking
  2. Bereken de booglengte van K.
48 Miniatuur Geef een parametrisering van een rechte cilinder met de z-as als cilinder-as, straal = a, hoogte = c en de onderkant in het x-y-vlak.
49 Miniatuur Gegeven het vlak V door de steunvector p en de richtingsvectoren u en v:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
  1. Bepaal een parametrisering van V.
  2. Bepaal de eenheidsnormaal op alle punten van V.
50 Miniatuur Gegeven de functie f:
Vergelijking
Bepaal een parametervoorstelling van het raakvlak aan de grafiek van f in het punt:
Vergelijking
51 Miniatuur Is dit waar:
Vergelijking
52 Miniatuur Ga na van de volgende krommen waarom ze niet regulier zijn:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
53 Miniatuur De (vlakke) kromme C is de grafiek van de functie:
Vergelijking
(ook wel bekend als kettinglijn)
  1. Geef een parametervoorstelling van C.
  2. Bereken de booglengte van C voor t van 0 naar x.
54 Miniatuur Een astroïde is een kromme met parametrisering:
Vergelijking
Waarbij a > 0 een constante is.
  1. Maak een tekening van een astroïde.
  2. Ga na in welke punten de astroïde niet regulier is.
  3. Bereken de booglengte voor het gedeelte waarvoor:
    Vergelijking
55 Miniatuur Involute van een cirkel.

Er wordt een rol verbandgaas (met straal a) afgewikkeld. De rol kan niet draaien en het afgewikkelde deel wordt strak gehouden waardoor het uiteinde een spiraalvormige kromme beschrijft. De dikte van het verband is verwaarloosbaar, zodat a als constante mag worden beschouwd. Veronderstel tenslotte dat het verband niet ‘plakt’, dus dat het ideaal van de rol afwikkelt.
  1. Maak een parametervoorstelling r (θ) voor de kromme die door het uiteinde P wordt beschreven.
  2. Bereken de booglengtefunctie s (θ) van de kromme.
56 Miniatuur Gegeven de ruimtekromme C met parametrisering:
Vergelijking
  1. Laat zien dat elk punt van de kromme op een kegel ligt waarvan de top zich in de oorsprong bevindt.
  2. Interpreteer t als de tijd, en bereken de grootte van de snelheid van een punt dat volgens r (t) langs de baan C beweegt.
  3. In welke richting verlaat de kromme de oorsprong (in t = 0)?
  4. Bepaal de lengte van C als functie van t (laat eventueel een integraal in het antwoord staan).
57 Miniatuur Gegeven de punten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
T is de driehoek met a, b en c als hoekpunten. Met T wordt dus niet het gehele vlak door a, b en c bedoeld, maar uitsluitend het deel daarvan dat door de lijnstukken ab, bc en ca wordt begrensd.
  1. Bepaal een parametrisering van T.
  2. Bereken de oppervlakte van T door “het uitwendig product van de partiële afgeleiden te integreren”.
  3. Bereken de oppervlakte van T middels “het uitwendig product van de richtingsvectoren”.
58 Miniatuur Het oppervlak S is de grafiek van de functie f gegeven door:
Vergelijking
Waarbij:
Vergelijking
Vergelijking
  1. Geef een parametrisering van S.
  2. Bepaal in ieder punt van S de naar boven gerichte eenheidsnormaal n op S.
59 Miniatuur Gegeven de functie f (die G afbeeldt):
Vergelijking
Waarbij G een cirkelschijf met straal a > 0 en de oorsprong als middelpunt is.
  1. Maak een parametrisering van S.
  2. Bereken de oppervlakte van S.
60 Miniatuur Teken de grafieken van de in poolcoördinaten gegeven functies:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
61 Miniatuur Onderzoek van de grafiek van een functie van twee variabelen.

Schets de snijfiguren van de grafiek van de functie:
Vergelijking
Neem de snijfiguren met vlakken evenwijdig aan respectievelijk het y-z-vlak (dat wil zeggen x = constant), het x-z-vlak (dat wil zeggen y = constant) en het x-y-vlak (dat wil zeggen z = constant). Neem voor de constante steeds −1, 0 en 1.
62 Miniatuur Deel het in de figuur hieronder getekende normale gebied op in elementaire gebieden door ze in het plaatje te tekenen. Omschrijf deze elementaire gebieden met behulp van (on)gelijkheden.
Vergelijking
63 Miniatuur Maak een tekening van de volgende tweedimensionale vectorvelden:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
64 Miniatuur Schrijf de locale ‘polaire’ eenheidsvectoren er en eθ in Cartesische coördinaten. Het antwoord moet uiteraard afhankelijk zijn van de plaats (r, θ) waar de locale coördinaten zijn getekend, dus van de vorm:
Vergelijking
En voor eθ iets dergelijks:
Vergelijking
65 Miniatuur Gegeven de kromme k met parametrisering:
Vergelijking
En het vectorveld:
Vergelijking
  1. Bepaal de waarde van het veld op k als functie van t.
  2. Vul in:
    Vergelijking
  3. Bereken:
    Vergelijking
66 Miniatuur Het oppervlak S is de grafiek van de functie:
Vergelijking
Het vectorveld v is gegeven door:
Vergelijking
  1. Geef een parametrisering van S.
  2. Bereken een naar boven gerichte normaal op S (hoeft niet genormeerd te worden).
  3. Bereken de volgende integraal, waarbij A is georiënteerd volgens de naar boven gerichte normaal:
    Vergelijking
67 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
Verder is gegeven een rechte cilinder met straal 1 en de z-as als as, inclusief de bodem op hoogte z = −1 en deksel op hoogte z = 1.
  1. Bereken Symboolv (in Cartesische coördinaten).
  2. Gebruik dit antwoord om Symboolv in cilindercoördinaten te schrijven.
  3. Bereken de volgende integraal met behulp van de stelling van Gauss:
    Vergelijking
68 Miniatuur Gegeven (in Cartesische coördinaten) het vectorveld:
Vergelijking
  1. Bereken SymboolF.
  2. Bereken Symbool × F.
69 Miniatuur Bereken SymboolF, met F in bolcoördinaten gegeven als:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
70 Miniatuur Bereken:
Vergelijking
Van de volgende vectorvelden:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
71 Miniatuur Bereken:
Vergelijking
Van de volgende (in poolcoördinaten gegeven) vectorvelden:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
72 Miniatuur De stroomlijnen of veldlijnen van een vectorveld zijn de banen die door een deeltje worden gevolgd als het snelheidsveld het gegeven vectorveld is. Dat betekent dus dat de vectoren in een vectorveld raken aan de veldlijnen. We bekijken nu het (tweedimensionale) vectorveld:
Vergelijking
  1. Gebruik de tekening van het vectorveld om een paar veldlijnen te tekenen. Hoe zouden de vergelijkingen van de veldlijnen er uit kunnen zien?
  2. Laat een veldlijn een parametervoorstelling hebben van de vorm:
    Vergelijking
    Leg uit dat de coördinaatfuncties x (t) en y (t) van een veldlijn oplossingen zijn van de differentiaalvergelijkingen:
    Vergelijking
    Vergelijking
  3. Vind een parametervoorstelling en de vergelijking van de veldlijn door het punt (1, 1).
73 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
Maak een tekening van het veld en enkele veldlijnen daarin. Bepaal de parametervoorstelling van de veldlijn door het punt (x0, y0).
74 Miniatuur Veldlijnen van een in poolcoördinaten gegeven vectorveld.

Bekijk het vectorveld:
Vergelijking
Noem de parametervoorstelling van een veldlijn:
Vergelijking
  1. Laat zien dat de coördinaatfuncties van een veldlijn oplossingen zijn van het stelsel differentiaalvergelijkingen:
    Vergelijking
    Vergelijking
  2. Bepaal de parametervoorstelling (in poolcoördinaten) van de veldlijn door het punt (1, 0) van het vectorveld:
    Vergelijking
  3. Bepaal voor de gevonden veldlijn r als functie van θ, zodat de veldlijn getekend kan worden.
75 Miniatuur Gegeven het scalarveld (in Cartesische coördinaten):
Vergelijking
Maak een tekening van het gradiëntveld SymboolG van G.
76 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
Bereken:
Vergelijking
Waarbij de kromme k het beginpunt (0, 0, 0) en eindpunt (1, 1, 1) heeft. Hierbij wordt k gegeven door:
  1. Het lijnstuk rechtstreeks vanaf (0, 0, 0) naar (1, 1, 1).
  2. De rechte lijnstukken vanaf (0, 0, 0) via (0, 1, 0) en (0, 1, 1) naar (1, 1, 1).
  3. De rechte lijnstukken vanaf (0, 0, 0) via (1, 0, 0) en (1, 1, 0) naar (1, 1, 1).
  4. De kromme met parametrisering:
    Vergelijking
  5. De kromme met parametrisering:
    Vergelijking
77 Miniatuur Gegeven het scalarveld:
Vergelijking
Bereken:
Vergelijking
Waarbij de kromme k het beginpunt (0, 0, 0) en eindpunt (1, 1, 1) heeft. Voor het vectorveld geldt:
Vergelijking
Hierbij wordt k gegeven door:
  1. Het lijnstuk rechtstreeks vanaf (0, 0, 0) naar (1, 1, 1).
  2. De rechte lijnstukken vanaf (0, 0, 0) via (0, 1, 0) en (0, 1, 1) naar (1, 1, 1).
  3. De rechte lijnstukken vanaf (0, 0, 0) via (1, 0, 0) en (1, 1, 0) naar (1, 1, 1).
  4. De kromme met parametrisering:
    Vergelijking
  5. De kromme met parametrisering:
    Vergelijking
78 Miniatuur Onderzoek van de volgende vectorvelden of ze conservatief zijn door na te gaan of er een potentiaalfunctie is:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
79 Miniatuur Bereken de volgende integraal:
Vergelijking
Waarbij T de driehoek is met hoekpunten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Deze driehoek heeft een naar boven gerichte eenheidsnormaal en het vectorveld v is:
Vergelijking
80 Miniatuur Bereken de volgende integraal:
Vergelijking
Als het vectorveld is:
Vergelijking
En S is het oppervlak met de vergelijking:
Vergelijking
Met (x, y) binnen de eenheidscirkel met de oorsprong als middelpunt. S is georiënteerd volgens de naar buiten/beneden gerichte normaal.
81 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
Bereken de naar buiten gerichte flux van v door de wand van de rechte cilinder met straal 1 en de z-as als as, inclusief de bodem op hoogte z = −1 en deksel op hoogte z = 1.
  1. Rechtstreeks, dat wil zeggen door drie afzonderlijke flux-integralen te berekenen.
  2. Met de stelling van Gauss.
82 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
Het oppervlak S is de wand (mantel en bodem) van een omgekeerde kegel met de top in de oorsprong waarvan de bodem een cirkelschijf met straal 4 is op hoogte z = 4. Bereken de naar buiten gerichte flux van v door S.
83 Miniatuur Maak recepten voor het oplossen van de volgende typen vraagstukken:
  1. Gevraagd:
    Vergelijking
    Waarbij H gegeven is als H = { ... }. Teken een willekeurig gebied H en ga na wat u van H moet weten om een herhaalde integraal op te stellen; hoe kiest u de integratievolgorde?
  2. Verwissel de integratievolgorde van:
    Vergelijking
    Teken de grafieken van twee willekeurige functies φ1 (x) en φ2 (x), met x ϵ [a, b]; in welke gevallen moet het gebied worden gesplitst om de integratievolgorde te kunnen verwisselen?
84 Miniatuur S is het oppervlak van de eenheidsbol met straal 1 en de oorsprong als middelpunt. Het vectorveld w is gegeven door:
Vergelijking
Bereken:
Vergelijking
  1. Rechtstreeks.
  2. Met behulp van de stelling van Gauss.
85 Miniatuur Bereken:
Vergelijking
Waarbij het vectorveld F gegeven is door:
Vergelijking
S is het oppervlak van het gebied G dat begrensd wordt door de parabolische cilinder:
Vergelijking
En verder wordt G begrensd door de vlakken:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
86 Miniatuur Gegeven is het vectorveld (in Cartesische coördinaten):
Vergelijking
De kromme c is de driehoek met hoekpunten ex, ey en ez, georiënteerd volgens de wijzers van de klok als men c vanuit het punt (1, 1, 1) bekijkt.

Bereken:
Vergelijking
  1. Rechtstreeks.
  2. Met de stelling van Stokes.
87 Miniatuur Het oppervlak S is het deel van het boloppervlak waarvoor geldt:
Vergelijking
S is georiënteerd volgens de naar de oorsprong gerichte normaal.

Bereken:
Vergelijking
Als:
  1. Vergelijking
  2. Vergelijking
  3. Vergelijking
Alle velden zijn in Cartesische coördinaten gegeven.
88 Miniatuur Het oppervlak S wordt gegeven door:
Vergelijking
De normaal van S is naar boven gericht. Het vectorveld F wordt gegeven door:
Vergelijking
Bereken:
Vergelijking
  1. Rechtstreeks.
  2. Door eerst de flux door een cirkelschijf in het x-y-vlak te berekenen en dan gebruik te maken van de stelling van Gauss.
  3. Uit het hoofd.
89 Miniatuur Bereken met behulp van de stelling van Stokes:
Vergelijking
Het vectorveld F wordt gegeven door:
Vergelijking
De kromme c is de snijkromme van de cilinder C en het vlak V:
Vergelijking
Vergelijking
90 Miniatuur S is het oppervlak van een halve bol (z ≥ 0) met straal a. Geef een parametrisering van S:
  1. In Cartesische coördinaten.
  2. In bolcoördinaten.
  3. In cilindercoördinaten.
91 Miniatuur Door een bol met straal a is een cilindervormig gat geboord met straal b (b < a) waardoor een ringvormig object ontstaat.
  1. Bereken de inhoud van de ring.
  2. Bereken de oppervlakte van het overgebleven deel van het boloppervlak.
92 Miniatuur S is het oppervlak (alleen de mantel) van een kegel met de ‘top’ in de oorsprong. De rand van het oppervlak is een horizontale cirkel op hoogte z = 3, middelpunt op de z-as en straal √3.
  1. Geef een parametrisering van S in Cartesische coördinaten, waarbij u als parameters moet gebruiken:
    1. De afstand tot de oorsprong en de hoek met de positieve x-as (zoals bij bolcoördinaten).
    2. De afstand tot de z-as en de hoek met de positieve x-as (zoals bij cilindercoördinaten).
    3. De x- en de y-coördinaat.
  2. Geef een parametrisering van S in bolcoördinaten.
  3. Geef een parametrisering van S in cilindercoördinaten.
93 Miniatuur Gegeven de functie:
Vergelijking
Deze functie is gedefinieerd op de kwart cirkelschijf:
Vergelijking
Het oppervlak S is de grafiek van f. Tenslotte definiëren we het vectorveld v:
Vergelijking
  1. Maak een parametrisering van S.
  2. Bereken de oppervlakte van S.
  3. Bereken de flux-integraal:
    Vergelijking
    De oriëntatie van S is naar boven gericht.
94 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
  1. Ga na voor welke waarden van a en b het vectorveld conservatief is.
  2. Bepaal voor de gevonden waarden een scalaire potentiaalfunctie U (x, y, z).
  3. Bereken:
    Vergelijking
    Hierin is k de kromme met parametrisering:
    Vergelijking
  4. Kan deze integraal ook worden berekend zonder gebruik te maken van de potentiaalfunctie?
95 Miniatuur Gegeven het vectorveld:
Vergelijking
En het rechthoekige blok B:
Vergelijking
Het oppervlak van B geven we aan met ∂B en So is het ondervlak van B met naar beneden wijzende normaal.
  1. Bereken:
    Vergelijking
    Doe dit rechtstreeks en met de stelling van Stokes.
  2. Zonder berekening kan de volgende integraal worden bepaald:
    Vergelijking
    Doe dat en motiveer het antwoord.
  3. Bereken:
    Vergelijking
    Doe dit rechtstreeks en met de stelling van Gauss.
96 Miniatuur Hoe bepaal je de covariante - en contravariante componenten van een vector?
97 Miniatuur Laat op verschillende manieren zien dat het inwendig product invariant is.
98 Miniatuur Gegeven deze situatie.
Vergelijking
Bereken van alle vectoren de covariante componenten, de contravariante componenten, het inwendig product en de norm in zowel het groene - als het rode stelsel. De componenten van de vectoren in het groene stelsel zijn ex = (1, 0), ey = (0, 1), ex = (1, 0.5), ey = (0.25, 1) en v = (0.5, 0.5).