Tijdsvertraging van een lichtstraal, 1e orde benadering

Bereken de vertraging die een lichtstraal oploopt tijdens het passeren van een massa (in een eerste orde benadering).
Wanneer een lichtstraal een (significante) massa passeert dan gebeuren er twee dingen:
  1. de lichtstraal wordt afgebogen,
  2. de lichtstraal loopt vertraging op.
We gaan ons richten op dat tweede punt, de tijdsvertraging van de lichtstraal. De lichtstraal loopt natuurlijk niet echt vertraging op, maar vergeleken met een newtoniaanse zienswijze wel want daar bestaat helemaal geen ruimtetijdkromming. Ik zal dat even illustreren met een plaatje.
Afgebogen lichtstralen bij een massa
Lichtstralen worden afgebogen wanneer die langs een massa scheren
Ik zal voor de duidelijkheid er nog een lichtstraal aan toevoegen die perfect rechtdoor gaat.
Afgebogen lichtstralen bij een massa
Lichtstralen worden afgebogen wanneer die langs een massa scheren,
de rode lichtstraal gaat rechtdoor
Behalve dat die lichtstralen afgebogen worden moeten ze ook nog door die ‘kuil’ als gevolg van de ruimtetijdkromming (deze kuil die ik in de plaatjes heb getekend is puur ter illustratie, het is een handige analogie, maar het voegt een extra dimensie toe die er in werkelijkheid helemaal niet is). Ik zal het hemellichaam even weghalen zodat dat beter zichtbaar wordt.
Afgebogen lichtstralen
Lichtstralen worden afgebogen wanneer die langs een massa scheren
en lopen tijdsvertraging op door de ruimtetijdkromming
Ook hier zal ik er voor de duidelijkheid nog een lichtstraal aan toevoegen die geen tijdsvertraging oploopt (maar wel afgebogen wordt).
Afgebogen lichtstralen
Lichtstralen worden afgebogen wanneer die langs een massa scheren
en lopen tijdsvertraging op door de ruimtetijdkromming,
de rode lichtstraal loopt geen vertraging op
Ik zal de andere lichtstralen weghalen op één na.
Afgebogen lichtstraal
De gele lichtstraal wordt afgebogen en loopt tijdsvertraging op,
de rode lichtstraal wordt afgebogen en loopt geen vertraging op
De lichtstraal komt ergens van ‘ver weg’ en de loodrechte afstand van dit begintraject tot een as precies door het middelpunt van het hemellichaam is de impactparameter b.
Afgebogen lichtstraal
b is de impactparameter, voor grote waarden van b gebeurt er niets,
voor b = 0 heb je een frontale botsing
Ik maak een plaatje van het bovenaanzicht, het punt van dichtste nadering tot het hemellichaam noem ik A.
Afgebogen lichtstraal
Op deze pagina heb ik de vergelijking afgeleid van de lichtstraal:
Vergelijking
De lichtstraal komt van ver weg en beweegt richting het hemellichaam, waar zich de oorsprong bevindt, en dus is dr negatief en moeten we het minteken gebruiken:
Vergelijking
Schwarzschild
Schwarzschild

Hierin is Rs de Schwarzschild-straal, de horizon van een zwart gat:

Vergelijking

P is een constante van de beweging:
Vergelijking
Die op zijn beurt is opgebouwd uit twee andere constanten van de beweging plus de lichtsnelheid:
Vergelijking
Vergelijking
De lichtstraal beweegt richting het hemellichaam, dr/dt is dan negatief, bereikt het punt van dichtste nadering waar dr/dt gelijk aan nul is, en beweegt zich vervolgens weer bij het hemellichaam vandaan, dr/dt is dan positief. Het punt A is dus een interessant punt, want daar is dr/dt nul:
Vergelijking
De linkerterm van het rechterlid kan niet nul worden, want Rs ligt ver binnen het hemellichaam en dat wordt duidelijk uit onderstaande tabel (R is de straal van het betreffende hemellichaam, voor de gegevens van de hemellichamen zie de tabel met fysische gegevens).
Gerangschikt naar oplopende waarden van Rs/R
Hemellichaam:Rs/R:
Baksteen
Baksteen
≈ 0.00000000000000000000000003 = 3 ∙ 10−26
Rotsblok
Rotsblok van 100 kg,
(diameter = 1 meter)
≈ 0.0000000000000000000000003 = 3 ∙ 10−25
Pluto
Pluto
0.0000000000163 = 1.63 ∙ 10−11
Maan
Maan
0.0000000000628 = 6.28 ∙ 10−11
Mercurius
Mercurius
0.000000000201 = 2.01 ∙ 10−10
Mars
Mars
0.000000000281 = 2.81 ∙ 10−10
Venus
Venus
0.00000000119 = 1.19 ∙ 10−9
Aarde
Aarde
0.00000000139 = 1.39 ∙ 10−9
Uranus
Uranus
0.00000000504 = 5.04 ∙ 10−9
Neptunus
Neptunus
0.00000000614 = 6.14 ∙ 10−9
Saturnus
Saturnus
0.0000000140 = 1.40 ∙ 10−8
Jupiter
Jupiter
0.0000000394 = 3.94 ∙ 10−8
Canis Majoris
Canis Majoris
≈ 0.00000005 = 5 ∙ 10−8
Betelgeuse
Betelgeuse
≈ 0.0000001 = 1 ∙ 10−7
Aldebaran
Aldebaran
≈ 0.0000001 = 1 ∙ 10−7
Zon
Zon
0.00000425 = 4.25 ∙ 10−6
Andromeda
Andromeda
≈ 0.000006 = 6 ∙ 10−6
Witte dwerg
Witte dwerg
≈ 0.0005 = 5 ∙ 10−4
Neutronenster
Neutronenster
≈ 0.5 = 5 ∙ 10−1
Zwart gat
Zwart gat
1 = 1 ∙ 100
(Credits voor de foto’s van de hemellichamen: NASA)
Vergelijking (6) wordt dan:
Vergelijking
In het punt A is de afstand tot de oorsprong rA:
Vergelijking
Dit vul ik in in vergelijking (2):
Vergelijking
Vervolgens schrijf ik dit iets anders op:
Vergelijking
Nu ga ik beide zijden integreren met als grenzen het beginpunt van de lichtstraal (r0, t0) en het punt A (rA, tA):
Vergelijking
Het eerste probleem is dat deze integraal niet rechtstreeks op te lossen is. Daar komt nog bij dat de integrand oneindig wordt in het punt r = rA, omdat daar het deel onder het wortelteken nul wordt (zie de vergelijkingen (6) en (7)).
Grafiek
De grafiek van f (r), de integrand, voor rA = 2 (de rode lijn),
rA = 5 (de oranje lijn), rA = 10 (de groene lijn),
rA = 20 (de paarse lijn), rA = 50 (de blauwe lijn)
en rA = 100 (de grijze lijn), Rs = 1
Taylor
Taylor

Ik heb de term met de wortel afgesplitst, en de breuk die daarvoor staat ga ik ontwikkelen in een Taylor-reeks. In de tabel met Taylor-reeksen vinden we:

Vergelijking

Hiermee wordt vergelijking (11):
Vergelijking
Omdat Rs/r heel erg klein is kan ik de termen met (Rs/r)2 en hogere ordes verwaarlozen (want ik doe immers een eerste orde benadering). Dus als ik de eerste twee termen van de reeks meeneem dan ben ik nog steeds goed bezig:
Vergelijking
De term met de wortel zou ik ook kunnen ontwikkelen in een Taylor-reeks. In de tabel met Taylor-reeksen vinden we:
Vergelijking
Echter, hiermee kom ik gegarandeerd in de problemen, omdat de convergentie dan weg is (want het deel onder de wortel wordt nul). Daarom voer ik de volgende splitsingstruc uit:
Vergelijking
Wat concreter ziet dat er zo uit:
Vergelijking
Door de vergelijkingen (14) en (17) te vergelijken vind ik voor a:
Vergelijking
Die breuk noem ik voor het gemak (van wat komen gaat) B:
Vergelijking
Hiermee kan ik a2 heel compact schrijven als:
Vergelijking
En door nogmaals de vergelijkingen (14) en (17) te vergelijken vind ik voor x:
Vergelijking
In de tabel met gesplitste Taylor-reeksen vinden we de coëfficiënten cn:
Indexcn
0Vergelijking
1Vergelijking
2Vergelijking
3Vergelijking
4Vergelijking
5Vergelijking
SymboolSymbool
nVergelijking
Ik ga a2, vergelijking (20), invullen in de coëfficiënten cn en hogere orde termen van Rs/r (tweede orde en hoger) gooi ik gelijk overboord:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De regelmaat moge duidelijk zijn:
Vergelijking
Vergelijking
Ik ga B, vergelijking (19), weer invullen:
Vergelijking
De term met de wortel uit vergelijking (14) neem ik even apart onder handen:
Vergelijking
Met behulp van al het voorgaande ga ik nu de splitsing uitvoeren:
Vergelijking
Ik breng vergelijking (12) weer even voor het voetlicht:
Vergelijking
Hiermee kan ik de somreeks wegwerken uit vergelijking (27):
Vergelijking
Met al deze ingrediënten wordt de integraal, vergelijking (14):
Vergelijking
Ik ga haakjes wegwerken en hogere orde termen van Rs/r (tweede orde en hoger) gooi ik weer overboord:
Vergelijking
Ik heb nu drie integralen en die werk ik apart uit. De oplossing van de integraal van x/(x2 − a2)1/2 kun je vinden in de tabel met integralen. Daarmee kan ik de eerste integraal uitwerken:
Vergelijking
De oplossing van de integraal van 1/((x + a) (x2 − a2))1/2) kun je vinden in de tabel met integralen. Daarmee kan ik de tweede integraal uitwerken:
Vergelijking
De oplossing van de integraal van 1/(x2 − a2)1/2 kun je vinden in de tabel met integralen. Daarmee kan ik de derde integraal uitwerken:
Vergelijking
Met al deze deeloplossingen kom ik tot het volgende resultaat:
Vergelijking
Pythagoras
Pythagoras

De eerste term is simpelweg de stelling van Pythagoras. Logisch, want newtoniaans bezien is de ruimtetijd vlak. Het blijkt ook uit het feit dat het de enige term is waar geen Rs in voorkomt.

Ik ben op zoek naar de relativistische vertraging die de lichtstraal oploopt, dus dat is dan het resultaat volgens vergelijking (32) minus het newtoniaanse resultaat (de eerste term). Aldus kom ik tot de volgende vertraging, gemeten vanaf het beginpunt (r0, t0) tot aan het punt A:
Vergelijking
Dan rest nog de taak om rA te bepalen. Zoals ik aan het begin al aangaf loopt de lichtstraal vertraging op én de lichtstraal wordt afgebogen. In een eveneens eerste orde benadering is de afbuigingshoek van de lichtstraal wanneer die het traject doorloopt van r = −∞ tot r = +∞ (voor de berekening zie deze pagina):
Vergelijking
In het punt A is de afbuigingshoek precies de helft hiervan:
Vergelijking
De afbuigingsafstand is dan:
Vergelijking
Hieruit volgt voor rA:
Vergelijking
Waarmee vergelijking (33), de tijdsvertraging tot aan het punt A, tenslotte wordt:
Vergelijking
Grafiek
De grafiek van tv (b) voor Rs = 1000 (de rode lijn),
Rs = 2000 (de groene lijn) en Rs = 3000 (de blauwe lijn),
c = 299792458, r0 = 1011