De Lorentz-transformaties

Leid de Lorentz-transformaties af.
Wanneer twee waarnemers, P en Q, ten opzichte van elkaar bewegen ontstaan er tijddilatatie en lengtecontractie. De Lorentz-factor γ geeft aan in welke mate tijd en afstand bij de ander krimpen:
Vergelijking
Voor de waarnemer, de ‘niet-beweger’, geldt altijd: Andere niet-bewegers zullen klokken hebben die net zo snel tikken en meetlatten die net zo lang zijn, maar alle andere ‘bewegende dingen’ in het universum zullen, vanuit zijn gezichtspunt, vertragen en krimpen:
Vergelijking
Vergelijking
In deze vergelijkingen is t de tijd en met x duid ik ruimte aan. De index p staat voor de (stilstaande) waarnemer en de index q geeft het andere referentiestelsel aan dat met een snelheid v beweegt ten opzichte van de waarnemer.

De bovenstaande twee vergelijkingen geven aan hoe een seconde of een meter in het ene stelsel zich verhoudt tot een seconde of een meter in het andere stelsel. Het is natuurlijk beter als we in zijn algemeenheid tijd en ruimte in het ene stelsel kunnen omrekenen naar tijd en ruimte in het andere stelsel. In twee referentiestelsels, P en Q, die met een onderlinge constante snelheid v bewegen ziet een waarnemer in P het stelsel Q met een snelheid +v voorbijkomen en een waarnemer in Q zal zeggen dat het stelsel P met een snelheid −v voorbijkomt. Deze snelheden worden afstanden door ze met de tijd te vermenigvuldigen:
Vergelijking
Vergelijking
Deze afstanden ondergaan lengtecontractie gezien vanuit het andere referentiestelsel:
Vergelijking
Vergelijking
Dit kan ik combineren met de vergelijkingen (2):
Vergelijking
Vergelijking
Oftewel:
Vergelijking
Vergelijking
Lichtflits

Dit is weliswaar een fraai kwalitatief verhaal, maar kunnen we dit wiskundig wat beter dichttimmeren? Het antwoord is uiteraard: ja. We gaan daarvoor uit van een specifieke gebeurtenis: het flitsen van een lampje. Deze lichtflits is een bolvormig golffront van licht dat zich in alle richtingen uitbreidt en dit moet door alle waarnemers identiek waargenomen worden, want de lichtsnelheid is immers voor alle waarnemers gelijk. De straal van deze lichtbol noem ik r. In het ene stelsel geldt dan:

Vergelijking

En in het andere stelsel geldt:
Vergelijking
Voor de straal van de bol geldt in het ene stelsel respectievelijk het andere stelsel:
Vergelijking
Vergelijking
Deze drie dimensies reduceren we voor het gemak tot één dimensie, dat maakt voor de essentie van dit verhaal niets uit:
Vergelijking
Vergelijking
Daarmee kan ik de vergelijkingen (7) ook schrijven als:
Vergelijking
Vergelijking
De bovenstaande twee vergelijkingen schrijf ik even iets anders op:
Vergelijking
Vergelijking
Kan ik de vergelijkingen (11) nu zomaar aan elkaar gelijk stellen?
Vergelijking
Appel en peer
Appel en peer

Nee, dit is appels met peren vergelijken want we stellen de loop der gebeurtenissen in het ene stelsel zomaar gelijk aan de gebeurtenissen in het andere stelsel. Wanneer ik c oplos uit vergelijking (12) krijg ik:

Vergelijking

Terwijl uit de vergelijkingen (11) volgt:
Vergelijking
Vergelijking
Dit zijn overduidelijk verschillende resultaten. Wat we daarentegen wel weten is dat het ene stelsel via lineaire (eerste orde) vergelijkingen om te rekenen moet zijn naar het andere stelsel, want alle lijnen in een ruimtetijddiagram zijn rechte lijnen (omdat we hier uitgaan van een constante snelheid). En rechte lijnen duiden op lineaire vergelijkingen. Daarom kunnen we stellen:
Vergelijking
Dit ga ik splitsen in:
Vergelijking
Vergelijking
Door de vergelijkingen (16) bij elkaar op te tellen respectievelijk van elkaar af te trekken krijg ik:
Vergelijking
Vergelijking
Ik stel nu:
Vergelijking
Vergelijking
Waarmee de vergelijkingen (17) veranderen in:
Vergelijking
Vergelijking
Hierboven staan de p-parameters als functie van de q-parameters maar ik kan natuurlijk ook de q-parameters als functie van de p-parameters uitdrukken. Daarvoor neem ik ρ maal vergelijking (19a) en daar tel ik σ maal vergelijking (19b) bij op:
Vergelijking
En ik doe ook nog een keer het omgekeerde, ik neem σ maal vergelijking (19a) en daar tel ik ρ maal vergelijking (19b) bij op:
Vergelijking
In de oorsprong van het P-stelsel geldt permanent xp = 0. Dit vul ik in in de vergelijkingen (19):
Vergelijking
Vergelijking
Ik heb nu twee vergelijkingen met drie variabelen dus ik kan iedere variabele als functie van één andere variabele schrijven:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
In de oorsprong van het Q-stelsel geldt permanent xq = 0. Ook dit vul ik in in de vergelijkingen (19):
Vergelijking
Vergelijking
Ik heb nu wederom twee vergelijkingen met drie variabelen dus ik ga weer iedere variabele als functie van één andere variabele schrijven:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Nu kan ik conclusies gaan trekken. Wanneer ik mij bevind in het P-stelsel dan zie ik het Q-stelsel met een snelheid +v voorbijkomen en vanuit het Q-stelsel zie ik het P-stelsel met een snelheid −v passeren. Dit komt tot uitdrukking in de vergelijkingen (22a) en (24a), dus:
Vergelijking
De vergelijkingen (22b) en (24b) beschrijven de tijddilatatie van het ene stelsel ten opzichte van het andere stelsel. Uit (24b) volgt daarom dat ρ gelijk is aan γ:
Vergelijking
En uit (22b) volgt (waarbij ik direct gebruik maak van de vergelijkingen (25) en (26a)):
Vergelijking
De beide vergelijkingen (22b) en (24b) zijn dus volledig in overeenstemming met elkaar en met (2a).

De vergelijkingen (22c) en (24c) beschrijven de lengtecontractie van het ene stelsel ten opzichte van het andere stelsel. Uit (24c) volgt:
Vergelijking
En uit (22c) volgt:
Vergelijking
Ook de beide vergelijkingen (22c) en (24c) zijn dus volledig in overeenstemming met elkaar en met (2b).

Zowel ρ als σ zijn nu bekend en die gaan we invullen in de vergelijkingen (19) en (20). Invullen in (19) levert op:
Vergelijking
Vergelijking
En invullen in (20) levert op:
Vergelijking
Vergelijking
Laten we na al dit gereken onze resultaten even bij elkaar zetten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Lorentz
Lorentz

Kijk eens hoe mooi dit uitkomt, inclusief de juiste plus- en mintekens op de juiste plaats. Hier staat hetzelfde als de vergelijkingen (6) maar dan met een veel degelijker fundament. Deze vier vergelijkingen hebben onze landgenoot Hendrik Antoon Lorentz wereldberoemd gemaakt en staan tegenwoordig te boek als de Lorentz-transformaties.